Kruiden

Kruiden zijn te vinden in de natuur of in de winkel. 
Zorg ervoor dat – als je kruiden uit de natuur plukt – je de natuur niet schaadt en geen lege plekken achterlaat. Let erop ook dat je zeker weet wat voor kruid het is en of je het veilig kunt gebruiken
En ….. kruiden zijn NOOIT een vervanging voor reguliere medicatie, ze werken ondersteunend.

Bieslook is inheems in Midden Europa maar is ook van de Himalaya tot aan de Rocky Mountains te vinden. Het vitaminerijke kruid wordt al sinds de Middeleeuwen geteeld. 

Het bolgewas groeit met donkergroene, tot 30 cm hoge, holle stengels, de zogenaamde sprieten. In de zomer verschijnen er decoratieve, bolvormige schijnbloemen die – afhankelijk van de soort – in de kleuren wit, roze en lila voorkomen.

In het late voorjaar verschijnen de witte bloemschermen aan het look. Het blad van deze typische loofbosbewoner bevat – net als knoflook – etherische olie, die bloeddrukverlagend werken. Jonge blaadjes, voor de bloei geplukt, geven een kruidige smaak aan salades en broodbeleg.

De bolletjes kunnen na de bloei worden uitgegraven en vormen een heerlijk keukenkruid. In de tuin breidt daslook zich uit in de breedte. Het blad is ook kruidig en gezond.

De standplaats is zonnig tot half schaduw, in voedingsrijke kalkhoudende grond.

Voor een tijdige oogst kan je in de late wintermaanden in huis een kasje maken met zaden en de plantjes in mei verspenen, je kan ze ook direct buiten in de volle grond zetten. Oudere, verdichte planten kan je goed delen. Bieslook heeft behoefte aan vochtige grond en heeft vaak mest nodig, in de vorm van compost. 

Oogst: ongeveer 6 weken na het uitzaaien kan je beginnen met oogsten van de lange stengels. Dit proces kan je met de herfst meerdere keren herhalen.
Je kan het beste steeds op dezelfde plek de stengels afknippen zodat daar steeds weer nieuwe groeien. In de winter kan je ook genieten van de look door de pol uit te graven en in een pot op de vensterbank te houden.

In de keuken: Bieslook bevat veel vitamine C en kan daarom het best alleen vers gegeten worden. Bij invriezen of drogen verdwijnen veel vitamines. Het nogal scherpe kruid geeft salades, kwark, broodbeleg en eiergerechten een pittige smaak.

Geneeskracht: dankzij de hoge gehalte aan etherische olie werkt het bloeddrukverlagend en bevordert het de spijsvertering. 

Tip: om bieslook niet te verwarren met het giftige lelietje van Dalen kan je afgaan op de knoflookgeur dat bieslook heeft. 

In de vrije natuur kan de struik wel 5 meter hoog worden, in een kuip blijft deze kleiner. Typisch voor de plant zijn de lencetvormige, tot 10 cm lange balderen, die – als je er over heen wrijft – sterk naar citroen geuren. In de zomer verschijnen er kleine lila bloempjes, die in dichte pluimpjes groeien en ook heerlijk ruiken.

De citroenverbena staat het liefst in de half schaduw. Hij heeft genoeg aan een paar uur ochtend en avond zon. 

In de zomer kan je de plant in de volle grond zetten, maar dan moet je hem niet vergeten te snoeien voor de eerste nachtvorst en binnen te zetten. 

In de winter wil de plant licht, luchtig en vorstvrij staan, bij ongeveer 2-5 graden. Als het donker is verliest hij blad. In de winter net genoeg water geven dat hij niet uitdroogt, maar in de zomer rijkelijk begieten met water. Voor het naar buiten brengen de plant uitdunnen of flink terugsnoeien en daarvan overblijvende stekjes bij 20 graden laten wortelen.

Omdat de jonge plantjes zich nogal vol ontwikkelen, moeten ze meerdere keren worden opgesplitst. Overwinterde exemplaren hebben vanaf het voorjaar tot in de zomer wekelijks mest nodig. De plant is wel vatbaar voor bladluis.

Oogst: de balderen worden meestal gedroogd en goed afgesloten bewaard, bijvoorbeeld in glazen potjes, op een donkere plek. 

In de keuken: de aromatische blaadjes kan je gebruiken om vis te kruiden als je de blaadjes eerst aan water toevoegt. Een aftreksel in de vorm van thee is geliefd in landen als Frankrijk en Spanje.

Geneeskracht: de etherische olie werkt rustgevend en verzacht kramp en buikpijnen. Een aftreksel in de vorm van thee werkt gunstig op het spijsverteringskanaal. Wat bladeren toegevoegd aan het badwater zorgt voor een ware ontspanning.

Verzorging: de etherische olie wordt veel gebruikt in parfum en cosmetica. 

Je kan het ook voor de sier in een kuip in de tuin of op het balkon zetten, het is niet alleen een lust voor het oog maar het ruikt de hele dag heerlijk.

Geliefd keukenkruid bij de Egyptenaren en Romeinen komt oorspronkelijk uit Voor Azie. Nadat monniken het in de vroege Middeleeuwen hadden ingevoerd in Europa kwam het ook bij ons voor.

Een eenjarige dille wordt nog wel eens verward met venkel. Dille kan tot 1 meter hoog worden en heeft holle takken waaraan zachte, geveerde blaadjes prijken. Midden zomer verschijnen talloze gele bloemschermpjes, waaraan later de bekende dilleblaadjes rijpen. Deze zijn bijna rond en vallen bij het drogen in 2 delen uit elkaar. De vele etherische olie die dille bevat geeft het kruid een uniek geur en smaak.

Dille heeft behoefte aan warmte en zon en wil graag uit de wind staan. Op zo’n plaatst komt de aroma uit dille het beste tot zijn recht. Dille neemt nagenoeg genoegen met een voedingsarme grond en wil graag vochtig, maar niet nat staan.

Teelt: kan vanaf april in de volle grond worden uitgezet, waarbij je het beste dit herhaalt elke 2 tot 3 weken. Dille is namelijk het meest aromatisch als het bloeit. Als je het kruid wil voortrekken kan je in dichte rijen zaaien. Wil je echter direct de zaden laten rijpen, kan je beter zo’n 20 cm afstand houden tussen de zaden. 

Oogst: Het blad kan het beste de hele zomer worden afgeknipt en direct vers worden gebruikt. het is het meest aromatisch bij oogsten na zonnige dagen. Dille laat zich goed drogen of invriezen, maar verliest dan wel de kracht. De zaden zijn oogstrijp wanneer ze bruin verkleuren. Je haalt de delen met het zaad van de plant en hangt ze ondersteboven te drogen, waarna de zaden als ze droog zijn vanzelf naar beneden vallen, hang ze daarom boven een doek.

In de keuken: de verse blaadjes geven smaak aan vis, groente, saus en salade. Het is het beste om ze pas te snijden vlak voor de garnering. Dille moet je niet meekoken. Het is het uitgelezen kruid voor het maken van geurige azijn en voor het inmaken van augurken.

Geneeskracht: Thee van dillezaad helpt bij spijsverteringsklachten en winderigheid. Het werkt kalmerend omdat het urinezuiverend kan worden ingezet bij nierstenen. Bovendien stimuleert het de melkafscheiding bij zogende moeders.

Sierwaarde: Dille is met zijn zachte blad en met soepele, gele bloemschermen ook in de siertuin een mooie verschijning. Hij past bijzonder goed in een plantenborder. 

Gewone duizendblad komt voor in het wild van Europa tot aan midden Azie. In Noord Amerika – Nieuw Zeeland en Australie is de plant inheems geworden. 
De plant werd gebruikt als bloedstelpend en desinfecterend.

De struik wordt 30-80 cm hoog en bloeit van juni tot oktober met wit tot rode blaadjes in bloemschermen. Het kruid bevat veel bitterstoffen en etherische olie, wat ook de karakteristieke geurd bepaalt.

Het kruid is te vinden op droge, voedingsarme boden in de volle zon en in de half schaduw. Ze kunnen niet tegen natte voeten. Als echte pioniers bezetten ze meteen nieuwe, braakliggende gronden.

Oogsten: bloeiende – niet verhoute delen tot kort boven de grond  wegsnijden, ophangen om te drogen en meteen daarna – in kleine stukjes gesneden – op een donkere plaats bewaren. Als keukenkruid worden de jonge blaadjes gebruikt. Ook voor medicinale doeleinden worden de blaadjes gebruikt. 

Geneeskracht:
Duizendblad bezit naast etherische olie ook bitterstoffen en looistoffen en werd in de oudheid als medicijn gebruikt. Thee van gedroogde jonge uitlopers en bloemen werkt stoelgangbevorderend en verlicht krampen. Het remt ontstekingen, werkt bloedstelpend en helpt bij menstruatie klachten.

Reken 2 kleine lepels op een kwart liter water. In alcohol opgeloste tincturen worden ingezet bij urineweginfecties, hart en bloedsomloopklachten. Toegevoegd aan water helpt het bij eczeem en als gorgeldrank bij tandvleesontsteking.

Het kan bij gevoelige personen een allergische reactie geven, de huid wordt gevoeliger voor zonlicht. Bij zwangerschap is dit kruid af te raden.

Engelwortel heeft zich van Noord Europa tot Noord Azie verspreid. Daar groeit hij meestal in de middelgebergte, op vochtige weiden. In de vroegere kloostertuinen was het een onmisbaar bestandsdeel. Men geloofde dat engelwortel beschermde tegen de pest.

De imposante struik kan tot 2 meter hoog worden. De stengels zijn hol en worden door sterke, zeer grote en getande bladeren omgeven. In de zomer komen de groenwitte bloemschermen. Engelwortel maakt vlezige, diepe wortelen en wortelstokken die ne als het blad als kruid en medicijn worden toegepast.  In de tuin sterft de plant na 3 tot 4 jaar af.

De plant geeft de voorkeur aan een lichte schaduw plaats, in luchtige, humus en voedingsrijke grond, zodat de struik ongehinderd kan uitgroeien. De zaden kunnen in de vroege herfst ter plekken worden uitgezaaid in de volle grond. In het voorjaar worden de planten verspeend, waarbij de ideale afstand 80 tot 100 cm is. 

Oogst: blad en bladstengels kunnen het best voor de bloei worden geoogst. Je kan ze vers of gekookt gebruiken. Gedroogd blad bewaart het beste het aroma. De wortels worden in de herfst en vroege voorjaar daarop uitgegraven, zorgvuldig gedroogd en opgehangen om te drogen. Je kan ze eventueel ook in de oven drogen, op stand 1. Zodra ze bros worden, doe je ze over in dichte bakjes.

In de keuken: het fijngesneden blad en bladsteeltjes kruiden met hun anijsachtige, zoetige smaak salades, sausen, soepen en groente. De jonge stengels zijn rauw zeer smakelijk. Gedroogde zaden en stukjes wortel worden dankbaar bij de likeurverwerking gebruikt.

Geneeskracht: de stoffen van de wortels en de bladeren bieden een spijsverteringsbevorderend en vocht onttrekkend effect. In de vorm van thee of tinctuur verzachten de stoffen maagklachten of verkoudheden.

Kervel komt oorspronkelijk uit het westen van Azie en Kaukasus. Het kruid belandde al snel in het mediterane gebied en vond van daaruit ten tijde van de Middeleeuwen zijn weg naar noorderlijke streken. Behalve om zijn geurende en heerlijke smakelijke blad is kervel ook geliefd om zijn bloedreinigende werking.

De eenjarige, bossig groeiende plant wordt tot 60 cm hoog. De tere blaadjes zijn 2 tot 3 keer geveerd, hebben een anijsachtige, zoete geur en lijken op peterselie. De blaadjes bevatten een hoge concentratie van de  etherische olie isonaethol, die vooral voor de bloei bijzonder hoog is. De wittige bloemschermen laten zich al kort na het uitzaaien zien, tot aan het midden van de zomer.

Kervel is te onderscheiden in soorten met een iets ingesneden, glad blad en die met gekruld blad.

Kervel groeit het best in de halfschaduw op losse, vochtige grond. Het kruid heeft weinig voedingsstoffen nodig, maar bij droogte bloeit het vroeg, wat de smaak beinvloedt.

Kervel kan goed tegen kou en verdraagt het daarom al rond maart in volle grond gezaaid te worden. Kervel groeit heel snel. Als je kervel tussen je sla zet weert het kruid met zijn geur luizen en slakken af. 

In de keuken
Het vormt een onvervangbaar ingreditent in voorjaars en kruiden soepen, daarom ook de bijnaam “soepkruid”. Het smaakt heerlijk bij vis en eiergerechten. 

Geneeskracht
De etherische olie en de bitterstoffen hebben goede invloed op de nierfunctie en de spijsvertering. Deze stoffen zijn ook een ideale ondersteuning bij ontslakkingskuren en bloedreinigingskuren in het voorjaar. Het bevat veel vitamine C.